Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Shipchandlers Warehouse
Robert de Jonker

Shipchandlers Warehouse

Pas terug uit Zweden – Uppsala na een verblijf van bijna een jaar liep ik als zestienjarige jongen in januari 1963 naar binnen op de Geldersekade 8. Hier was in een pand uit de zeventiende eeuw gevestigd de firma J. & J. Vinke Handel in Scheepsprovisiën - & Uitrustingen N.V. Deze firma leverde aan zeeschepen alles wat een schip maar nodig had. Zoals touw, bouten, moeren, schuurpapier, verf enzovoort. Maar ook voeding zoals groente in blik bevroren vlees meel en ga zo maar door. Ik informeerde of zij werk voor mij hadden. Omdat ik wist dat Vinke veel zaken deed met rederijen uit Zweden, Noorwegen, Finland en Denemarken kwam het van pas dat ik Zweeds sprak. En ja op 14 januari 1963 begon mijn loopbaan bij Vinke.


Januari 1963 was een erg strenge winter met veel sneeuw en met de bus komend uit Geuzenveld had ik meteen een vertraging van 30 minuten, in plaats van half negen kwam ik om negen uur aanzetten. Maar ik mocht blijven. Nog ruik ik de geur van manilla trossen die in de winkel lagen. Overal waren bakken met voorraden peulvruchten en aan de zoldering hingen zijden gerookt spek. Het pand was oorspronkelijk gebouwd voor een tabakshandelaar en in de winkel hing boven de deur naar de keuken de in hout gebeitelde kop van Jean Nicot, waar naar men zegt de term nicotine is vernoemd. Tegen een wand stonden stellingen mat vaatjes waar oorspronkelijk producten in hadden gezeten die we nu niet meer kennen. Aan een rek hingen twee versteende kabeljauwen en het verhaal was dat zolang zij daar hingen het goed zou blijven gaan met de firma. De hele winkel ademde een sfeer alsof de tijd twee eeuwen had stilgestaan.


In de winkel was een kantoorruimte die als het ware aan het plafond hing en daarom ook het “hangkantoor” heette en daar begon ik te werken als telefonist en documentenmaker. Ook had de firma twee motorbootjes om zeeschepen te kunnen leveren die over de wal niet te bereiken waren en ja hoor al na korte tijd mocht ik eens meevaren. Een hele sensatie om met een kleine boot onder een groot zeeschip te liggen en via een steile trap de “gangway” aan boord te klimmen. De Geldersekade was een levendige kade ’s ochtends en ’s avonds was er een stroom van mensen die van en naar het Centraal Station liepen gaande en komende van hun werk. In de namiddag kwamen de dames van lichte zeden aanlopen of zelfs met de auto op weg naar hun werkraam verderop op de kade. Als we wel eens ijs gingen halen op de Nieuwmarkt was het heel gewoon ook voor hen ijs mee te nemen.


In 1973 verhuisde de firma naar het Barentszplein omdat vanwege de aanleg van de metro de Geldersekade jaren onbereikbaar werd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw namen de heer en mevrouw ten Cate het pand over en sindsdien is het een prive restaurant uitsluitend te boeken voor gezelschappen. Ik heb er veel gedineerd met zakenrelaties van de firma waar ik sinds 1981 werkte. Altijd was het een groot succes om gasten de winkel te laten zien en over de historie te vertellen van het pand. De foto die ik heb bijgesloten geeft een indruk van de winkel met de tafel gedekt voor gasten.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers