Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Droogbak
Saskia Janssen & George Korsmit

Droogbak

In de serie over Amsterdammers en hun favoriete plek brengt kunstenaarsechtpaar Saskia Janssen en George Korsmit een ode aan de Droogbak.

Saskia Janssen (48): “Sinds 2005 werken we als vrijwilliger bij Blaka Watra, een inloophuis voor dak- en thuislozen en mensen met een verslaving van de Regenbooggroep. Onder de naam Rainbow Soulcub organiseren we al meer dan tien jaar samenwerkingen en ontmoetingen tussen kunstenaars, kunstacademiestudenten en bezoekers van De Regenboog. We schilderen en tekenen en ontwerpen samen in het gebouw aan de Droogbak, tussen het spoor en een verkeersplein. In de zomer werken we buiten en horen we de hele dag door de omroepberichten van de NS. Het is een gebouw dat veel mensen wel kennen, maar waar maar weinig mensen van weten wat er binnen precies gebeurt.”

George Korsmit (63): “Het is in 1925 gebouwd in Amsterdamse Schoolstijl, er zat een basisschool in en later een vakschool voor ‘varens - gezellen en schippersdochters’. Het lijkt ook wel wat op de scheepstoren van een vrachtschip. Toen ik begin jaren tachtig van Brabant naar Amsterdam verhuisde zat er een sportschool in, waar veel Surinaamse jongens boksten.”

Blaka Watra
Dominee Douwe Wouters begon hier in 1984 met de opvang van Surinaamse en Antilliaanse daklozen en gebruikers, een groep die na de onafhankelijkheid van Suriname tussen wal en schip belandde en toen vooral in het Vondelpark bivakkeerde. Janssen: “Later, in 1990, werd dit inloophuis Blaka Watra, oftewel zwart water, vernoemd naar een bekend Surinaams vakantieoord met water zo zwart als cola. Dat getuigt wel van enige ironie, al voelt deze plek voor deze groep aan als een warm bad. In samenwerking met de politie kwam hier een van de eerste gebruikersruimtes in de stad, dat stuitte destijds op kritiek, maar uiteindelijk heeft het goed uitgepakt.”

“Ik woonde begin jaren negentig op kamers in de Egelantiersstraat, verhuurd door de Italiaanse maffia. Ik deelde het huis met verslaafden, psychiatrische patiënten en criminelen. Ik had buurvrouwen die tippelden en bij Casa Rosso of als escort werkten. Thuis werd zelfs mijn wcpapier gejat. In die dagen struikelde je op straat nog over de naalden, spuiten en stukjes aluminiumfolie, voor het roken van heroïne. Mede door de komst van de gebruikersruimtes kwam daar een einde aan, de straten werden langzaam vrij van gebruikerssporen en de verslaafden kregen een veilige plek om te gebruiken.”

Vergrijzen
Korsmit: “Er heersen veel vooroordelen over dak- en thuislozen en gebruikers, maar het zijn mensen zoals jij en ik. Ze hebben in het leven alleen een verkeerde afslag genomen. We werken hier met een oud-scheikundige, muzikanten, mensen die vijf talen spreken. Stuk voor stuk mensen vol ideeën en met een liefde voor kunst en poëzie. Deze generatie gebruikers is aan het vergrijzen, we hebben veel mensen zien verdwijnen, of hier juist nooit meer weg zien gaan. En helaas hebben we ook al heel wat begrafenissen meegemaakt.”

Janssen: “We woonden een jaar in New York, maar de schilderstafel in Blaka Watra bleef in die periode gewoon functioneren. Toen we terugkwamen troffen we de hele ruimte vol schilderijen aan.”

Korsmit: “Wat opviel na dat jaar in New York is dat de daklozen in Amsterdam het vrij goed hebben. We werkten daar in een daklozen - opvang in de Bronx, hele families sliepen er op straat in de sneeuw. Mensonterende toestanden. De enige klacht die wij hier horen, is dat er te weinig slaapplekken zijn in de nachtopvang. Terwijl je voor buitenslapen wel een boete krijgt; dat zorgt voor stress.” 

Janssen: “Na ons jaar in New York gingen we ’s avonds vaak wandelen door Amsterdam, om met nieuwe ogen naar de stad te kijken. Manhattan is altijd verlicht, hier is het ’s avonds heel donker. Ik schrok ervan hoe inktzwart de grachten zijn. We reizen veel, maar Amsterdam blijft de mooiste plek om naar terug te keren. Pas als ik het CS zie naderen, ben ik thuis.”

 

Droogbak
Gelegen aan de westzijde van het Centraal Station, tussen Singel en Boomklokstraat. De straat is het verlengde van de Haarlemmer Houttuinen en draagt vanaf de Boomklokstraat de naam Droogbak. Vanaf het Singel maakt de straat een scherpe hoek en loopt verder tot aan de De Ruijterkade. In 1607 werd het plein een paar jaar gebruikt als veemarkt. In 1643 werd het waarschijnlijk als vismarkt ingericht. Na klachten van buren van pakhuizen werd de haringpakkerij verplaatst naar de Haarlemmer Houttuinen, het Prinseneiland en het Realeneiland. De haringpakkers kwamen bijeen op de hoek van het Singel en de Prins Hendrikkade in een voormalige vestingtoren: de Haringpakkerstoren. Deze toren is in 1829 gesloopt. De naam Droogbak komt al in de eerste helft van de zeventiende eeuw voor en heeft vermoedelijk te maken met het drogen van stoffen van lakenwevers of met het drogen van haringen. Ook kan de naam afkomstig zijn van een plek waar Noorse scheepslui elkaar troffen, gemarkeerd door een uithangbord waarop de Noorse stad Dröbak stond afgebeeld. 

Dit verhaal verscheen in de rubriek 'I Love Amsterdam' in Het Parool van 24 februari 2017. Tekst: Sara Luijters, beeld: Marijke Stroucken.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers