Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Oosterpark
Michiel Romeyn

Oosterpark

In een serie over Amsterdammers en hun favoriete plek; Michiel Romeyn (62) over het Oosterpark. ‘Een van mijn favoriete plekken was het rosarium. Wás.’

“Mijn vader was architect, mijn moeder fotograaf, kijken heb ik met de paplepel meegekregen. Ik loop veel door de stad en neem alles in mij op, ik vind het opmerkelijk dat Nederlandse planologen geen visie lijken te hebben. Hoe ze omgaan met de openbare ruimte is vaak schrikbarend. Een gerenommeerde Deense tuin - kabouter die voor veel geld werd ingehuurd wist er blijkbaar ook geen raad mee, zoals te zien is aan het Museumplein, met dat vreselijke ezelsoor en die afzichtelijke paarse bankjes waar je niet eens op kunt zitten.”

“Het Stedelijk Museum, ook zoiets. Nu ze alles binnen twee jaar toch weer aan het verbouwen zijn, zou ik willen pleiten voor de terugkeer van de monumentale ingang in de Paulus Potterstraat en het schitterende prentenkabinet, aan weerszijden van de trappen. De muurschildering van Karel Appel moet ook weer achter dat systeemplafond vandaan worden getoverd. Het restaurant zou veel beter tot zijn recht komen als je de functies zou omdraaien: op de plek waar de museumwinkel zich nu bevindt het restaurant met terras en de winkel aan de Van Baerlestraat. Om over die totaal onmuseale kelder maar niet te spreken.”

Niet uit de ramen hangen
“Ik groeide op in Zuid, een beladen buurt, vanwege het Joodse verleden dat er toen nog voelbaar was. Tegenwoordig is het verworden tot een soort Blaricum-Zuid, voor de happy few die toch niet zo heel erg happy lijkt. Gelukkig hebben ze er veel glasbakken. Waar het stukken aangenamer is geworden, is de Indische buurt in Oost, architect Liesbeth van der Pol heeft van een naargeestige buurt een open wijk gemaakt, met veel ruimte en licht, vooral bij het spoor bij het Muiderpoortstation. Precies wat de buurt nodig had.”

“Architecten, het is vaak vreselijk volk, soms met een stalinistische inslag. Neem de Amsterdamse School, prachtig om naar te kijken als buitenstaander, maar om de arbeiders te verheffen had Berlage bedacht dat er niet meer uit de ramen gehangen mocht worden. Alle huizen kregen daarom van die bespottelijk horizontale smalle raampjes. Of neem die jarenzeventig - architectuur, met al die leuke kleurtjes als steenroze, mintgroen, lichtblauw en veel paars.”

“Het allerergste is het wanneer wethouders zich met architectuur gaan bemoeien. Als bewoner moet je al naar de Welstandscommissie wanneer je een eenvoudig raampje in een dak wilt plaatsen, maar die lui plempen ongegeneerd overal de grootste rotzooi neer. Zoals Schaefer, die heel Wittenburg platgooide om daar vervolgens, mild gezegd, niet de mooiste architectuur voor terug te plaatsen.”

Jacob Olieachtige sfeer
“Een van mijn favoriete plekken was het rosarium in het Oosterpark met gemetselde muurtjes van rode bakstenen en mooie niveauverschillen, van die metalen bogen en een tennisbaan, dit alles voor de monumentale gebouwen van het Tropenmuseum. Een idylle, echt een prachtig stukje Amsterdam met een Jacob Olieachtige sfeer. Wás, want een jaar of twee terug kwam daar opeens weer een of andere idioot die aan zijn tekentafel bedacht dat het allemaal eens even helemaal anders aangepakt moest worden. En nu is er niks meer van de romantiek van toen over.”

“Het NH-hotel, een grijs, betonnen jarenzestiggebouw, aan de rand van het Oosterpark, vind ik dan wél weer wat hebben, het heeft buitenlandse allure. Mijn vader had het kunnen ontwerpen. Aan de overkant staat helaas die lelijke kerktoren in de Linnaeusstraat. De buurt was destijds tegen afbraak van dat onding, hij bleef staan en uit rancune heeft de architect er een spuuglelijke blokkendoos met een Zeeman-Gamma-achtige chic omheen gebouwd. Het doet werkelijk pijn aan de ogen. Mag ik nog even verder schoppen?”

“Soms moet ik ook wel eens terugkomen op een mening: zo mocht die grauwe, ellendige Wibautstraat van mij jaren geleden wel opgeblazen worden, inclusief het gebouw waar nu het Cygnus gymnasium in zit. Godzijdank staat dater nog, ik vind het bij nader inzien een van de mooiste gebouwen van de stad.”

Dit verhaal verscheen in de rubriek 'I Love Amsterdam' in Het Parool van 21 januari 2017. Tekst: Sara Luijters, beeld: Marijke Stroucken.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers