Een crowdfundcampagne
van Architectuurcentrum
Amsterdam
Ter Haarstraat - Het Parool
Jan Eric Remmelts

Ter Haarstraat - Het Parool

In een serie over Amsterdammers en hun favoriete plek brengt Jan Eric Remmelts (62), docent Engels, een ode aan de Ter Haarstraat in Oud-West.

‘Mijn ouders kwamen in 1953, vanuit Overijssel en Rotterdam, naar Amsterdam omdat mijn vader hier werk kon krijgen. Ik werd geboren in een kamer van vier bij vier in de Rooseveltlaan, waar de andere bewoners last hadden van mijn gehuil. Niet lang daarna kregen we een huis aangeboden in Nieuw-West, in de Frits Conijnstraat en verhuisden we naar een mooie flat.

Mijn moeder was er doodongelukkig, de wijk was in aanbouw en het was niet meer dan een grote zandbak, ze voelde zich eenzaam. Toen ze van de bakker hoorde dat hij een woning aangeboden kreeg in Oud-West, waar hij niet wilde wonen, stelde mijn moeder voor om met hem van huis te ruilen. Ze ging kijken naar het huis in de Ter Haarstraat 11 3-hoog en hoewel het veel kleiner was en minder luxe, was ze op slag verliefd. De verhuizing in 1957 voelde voor mijn moeder als een verlossing. De Ter Haarstraat is klein, maar was toen heel levendig: er was een kruidenier, een veilinghuis,een fietsenstalling en een groentewinkel, het Julianaziekenhuis zat er en een kleuterschool. En V&D zat, tot 1999, op de hoek van de Bilderijkstraat, waar nu de Albert Heijn zit.

Ik ging naar school in de Elizabeth Wolffstraat, in de pauzes speelden we in de Van Alphenstraat, ook wel het strontstraatje’, vanwege de hondenpoep.

Rooie Nelis
Iedereen kende elkaar in de straat, de deur stond altijd open. Ik mocht spelen in de zandbakachter de kapsalon van Ada, die een goede vriendin is gebleven. Met mijn moeder ging ik ’s zomers naar het pierenbadje op het Bellamyplein en met mijn autoped reed ik over het Kwakersplein, via de Bilderdijkstraat weer terug naar de Ter Haarstraat. Als ik nu met mijn vrouw koffiedrink bij café Du Cap, aan het Kwakersplein, zie ik mijzelf nog zo voorbij steppen.

Ik bewaar veel mooie herinneringen aan de warme zomeravonden met stoeltjes op straat, aan het plezier en ook de ruzies. We haalden pannetjes nasi bij de Chinees aan de overkant. Ik had het er zo naar mijn zin dat ik tijdens mijn studententijd op zolder bleef wonen. Waarom zou ik op kamers gaan op Uilenstede als de stad aan mijn voeten lag? Met buurjongen Hans, mijn beste vriend, ging ik ’s avonds op stap in het centrum, naar café Kalkoven en Rooie Nelis, we kwamen pas thuis als het weer licht werd.

Mijn vader overleed in 1999 thuis aan een hartstilstand en mijn moeder ging, nadat ze haar pols had gebroken, in 2009 naar een verzorgingstehuis in Zuidoost. Daar kwam ze, heel toevallig, te wonen onder onze voormalige onderbuurvrouw, mevrouw Blokker.

Haar vertrek betekende het einde van een tijdperk. Nadat ik de woning leeg had geruimd, heb ik een bos rozen achtergelaten voor het huis, dat ons al die jaren zoveel plezier heeft gegeven. Familieleden begrepen nooit waarom mijn ouders altijd in dat kleine huis in die drukke stad bleven wonen en toch zo gelukkig konden zijn. Zelf ben ik ook nooit de stad uitgegaan, waarom zou ik? Mijn vrouw en ik wonen in Nieuw-West, maar doen iedere zaterdag boodschappen in de Baarsjes en Oud-West. We halen noten bij Tabak’s Notenbar op de Postjesweg en de weekendkranten bij Bestseller op de De Clerqstraat.

De buurt is veranderd, zoals de meeste buurten in Amsterdam. Winkels van vroeger hebben plaatsgemaakt voor hipstertentjes. Toch is het nog steeds een unieke buurt, van en voor Amsterdammers. De Ter Haarstraat is geen officieel monument en staat niet op TripAdvisor, maar het is wél een monument voor mijn fantastische jeugd.’

Dit verhaal verscheen in de rubriek 'I Love Amsterdam' in Het Parool van 21 januari 2017. Tekst: Sara Luijters, beeld: Marijke Stroucken.

Deel dit verhaal op Facebook
Lees uw verhaal en die van andere Amsterdammers